Column
09-03-2007
Rubriek:
OPINIE

Afgelopen woensdagavond werd het uiterste van mijn mogelijkheden gevergd. Grotendeels tegelijkertijd werden zowel Arsenal – PSV als de verkiezingsavond uitgezonden. Met een bak pinda’s, een fles Spa Groen en de deze avond absoluut onmisbare afstandsbediening nam ik plaats voor mijn kleine televisietoestel.

De opdracht was duidelijk: als het spel stil lag, naar 1 zappen en zodra Maartje van Weegen in beeld kwam heel snel weer terug naar 3. Ik heb me er heel behoorlijk doorheen geslagen en kon dus met een voldaan gevoel naar bed. Zeker omdat PSV Arsenal uitschakelde en de verkiezingsuitslag niet al te veel in mij los maakte.

Ferry Mingelen vergeleek de uitslag woensdag vooral steeds met vier jaar geleden. Het is echter veel zinvoller om te vergelijken met de Tweede Kamerverkiezingen van afgelopen november. Volgens Mingelen mag dat eigenlijk niet (al deed de stouterd het stiekem toch), maar dat is flauwekul.

De burger schijnt toch vooral vanuit landelijke overwegingen gestemd te hebben, dus het is alleen maar reëel om te kijken of er verschuivingen zijn ten opzichte van een paar maanden geleden.

Het enige probleem is dat de opkomst nu veel lager was. Maar goed, de conclusies: CDA en PvdA verliezen licht, de SP groeit niet verder, de ChristenUnie is de werkelijke winnaar en de VVD herstelt zich iets. Maar alleen omdat Wilders’ PVV niet meedeed.

Dát is de reden dat deze uitslag eigenlijk überhaupt nergens mee te vergelijken valt. Je kunt van alles over de man zeggen, maar één ding staat vast: niet premier Balkenende, niet (zelfverklaard) oppositieleider Marijnissen, maar Geert Wilders domineert momenteel de politiek. Hij bepaalt zelfs het verloop van de campagne voor verkiezingen waar hij niet aan meedoet. Eerlijk is eerlijk, dat is een prestatie van formaat.

Maar Wilders is dan ook niet zomaar een islamofobe flapdrol. Hij wordt door zijn collega’s buitengewoon serieus genomen.

Hoewel hij in zijn standpunten tegenwoordig richting het extreme doorslaat, kent men hem in Den Haag nog als een zeer capabel VVD-Kamerlid. De voormalig liberale rechtsbuiten kan zijn visie (wat daar verder van zij) op een heldere en nette manier uiteenzetten en verdedigen. Met de PVV moet daarom meer rekening worden gehouden dan bijvoorbeeld destijds met de verzameling ontsnapte TBS’ers van de LPF.

Wilders lijkt in staat de losgeslagen rechtse kiezer à la Fortuyn te mobiliseren rond de thema’s van immigratie, veiligheid en islam. Na een nichterige, kale dandy-professor schaart het volk zich nu langzaam maar zeker achter een oerlelijke Limburger met een even curieus als wanstaltig kapsel. We moeten nog eens zeggen dat in Nederland niet op de inhoud wordt gestemd.

De vraag is nu hoe om te gaan met dit fenomeen. De traditionele politieke partijen worstelen daarmee en focussen daarom op ieder woord dat Wilders’ mond verlaat.

De VVD probeert hem de wind uit de zeilen te nemen door zijn standpunten in gematigde vorm over te nemen. Het CDA zit in een lastige positie, aangezien de partij het op onderdelen met hem eens is, maar de nieuwe bondgenoten niet van zich wil vervreemden. En de PvdA loopt voortdurend op hete kolen omdat ze beseft dat ze electoraal heel kwetsbaar is op de PVV-thema’s. De SP lijkt in de eigen overwinningsroes eigenlijk nog het meest kalm te blijven. D66, GroenLinks en ChristenUnie overigens ook, maar die concurreren dan ook niet of nauwelijks met Wilders.

Hoewel de partijen nog zoekende zijn naar precieze houding ten opzichte van de nieuwe rechtse fractie, lijkt er op één punt overeenstemming te zijn: er moet geen cordon sanitaire komen. Dit paardenmiddel, dat isolatie van een politieke partij inhoudt, is in België ooit ingesteld om de opmars van het extreem-rechtse Vlaams Blok (tegenwoordig Vlaams Belang) tegen te gaan. Sinds het instellen van het cordon is het Blok echter alleen maar groter en sterker geworden. De partij profiteert van de slachtofferrol en het niet-corrupte imago en vertegenwoordigt inmiddels een kwart van de Vlaamse kiezers.

De politiek in België lijkt opgesloten te zitten in het benauwende cordon – en wel met het monster dat men zelf heeft gecreëerd.

De Nederlandse politiek heeft hiervan geleerd en neemt nadrukkelijk afstand van deze methode. Dat begon al op de verkiezingsavond in november. Wilders zinspeelde in het slotdebat met glinsterende oogjes iets te enthousiast op een cordon en werd door VVD-leider Rutte ogenblikkelijk terechtgewezen: “We sluiten u niet uit. U wilt dat blijkbaar graag, maar die kans gaan we u niet geven. U doet gewoon mee.”

Na de beginnersfout van de sympathieke, maar iets te emotionele nieuwe Kamervoorzitter Gerdi Verbeet – ze ontnam een PVV’er feitelijk het woord en oefende vervolgens druk op hem uit om zijn motie aan te passen – kwam de anti-cordon consensus eveneens duidelijk aan het licht. CDA en VVD hekelden haar optreden de volgende dag meteen. En waar de SP- en PvdA-woordvoerders Verbeet aanvankelijk nog hadden geprezen, werden zij door partijleiders Marijnissen en Bos overruled: de Kamervoorzitter zat fout. Zo is het ook. Principieel en strategisch.

Een cordon sanitaire rond Wilders zou een historische en levensgevaarlijke blunder zijn.

Roelof Smit


[©Gay.nl/Gay Group]
[Colofon] [Redactieprofiel] [Rubriek: OPINIE]
[Stuur ons nieuwstips] [Mail je mening in een brief]
[OPINIE-stukken representeren niet per se de mening van de Gay Group]