Column
09-02-2007
Rubriek:
OPINIE

Het is niet altijd gemakkelijk om de politiek columnist van een bepaald medium te zijn. Den Haag is momenteel volledig in de ban van de vorming van het nieuwe kabinet en ik heb weinig toe te voegen aan wat ik daarover al eerder de wereld heb ingestuurd. Het mag mij dan persoonlijk in hoge mate opwinden om de ingewikkelde puzzel van de diverse ministersposten en bijbehorende poppetjes op te lossen – mijn gedachtenkronkels op dat gebied zullen u hoogstwaarschijnlijk een zorg zijn.

Op zich biedt de redactie mij de mogelijkheid om ook over andere onderwerpen dan politiek en maatschappij te schrijven, maar ik betwijfel of dat een succesverhaal zou worden. Alle columnisten op deze site hebben hun eigen kwaliteiten.

Aan diepgaande filosofische beschouwingen kan ik mij beter niet wagen, laat staan dat ik mezelf in staat acht om op een meeslepende manier over mijn liefdesleven te vertellen. Daarom ben ik toch weer in de actualiteit gaan spitten, waar natuurlijk altijd wel kleine of grote ergernissen te vinden zijn.

Zo presteerde Jeroen Pauw het om tweevoudig weduwnaar Hans Wiegel te vragen “Wat het toch is dat hij zoveel geluk in de liefde heeft?”

Zo stelt Geert Wilders dat het aanstaande kabinet het land aan de rand van de afgrond brengt, hetgeen bij u en mij uiteraard reeds tot hevige paniekaanvallen heeft geleid. En zo begint de gewichtig bedoelde vereenzelviging van Pieter van Vollenhoven met zijn Onderzoeksraad voor Veiligheid (“Ik kan het werk niet meer aan”) in schizofrenie te ontaarden. Naar verluidt wenst de hofnar voortaan dan ook met Professor Meester Onderzoeksraad te worden aangesproken.

Hoe enerverend dit alles ook moge zijn, een maatschappelijke discussie is het niet waard. En een column met louter losse flodders is geen column. Daarom een klein uitstapje naar het buitenland. Nou ja, naar België. Want het walgelijke nieuws dat in de Vlaamse stad Sint-Niklaas meerdere huwelijken waren afgezegd vanwege de huidskleur van de plaatselijke bevoegde schepen Wouter Van Bellingen is zo’n discussie wél waard. Voor dit type mensen heeft de Nederlandse taal geen woorden. ‘Kortzichtig’ is teveel eer, met ‘dom’ komt men er te gemakkelijk van af.

Laat ik het maar op ‘achterlijk’ houden; dat woord genoot immers een paar jaar geleden aardig wat populariteit bij het uiten van minachting voor andermans ideeën.

Irritatie was er ook over de burgemeester van de stad, wiens beschuldigende vinger in een Pavlov-reactie onmiddellijk naar het Vlaams Belang wees. Die partij had volgens hem “Het klimaat gecreëerd waardoor men dit zonder gêne aan een loket durft te zeggen”. Zo’n uitspraak voegt op geen enkele manier iets toe en lijkt verdacht veel op een poging politiek gewin uit de situatie te halen.

Wat burgemeester Willockx wél meteen goed deed, was aankondigen dat de betrokken stelletjes geen kans maken getrouwd te worden door één van de andere schepenen van Sint-Niklaas. Wie deze keuze maakt, kan natuurlijk niet doodleuk alsnog getrouwd worden, als ware er niets gebeurd.

De Belgische kwestie geeft een interessante nieuwe dimensie aan de discussies over trouwambtenaren. Tot nu toe spitsten die zich toe op de vraag in hoeverre ambtenaren met gewetensbezwaren mogen weigeren homohuwelijken te sluiten (mijn collega Mickey schreef er begin deze week nog over). Maar vanaf nu kunnen we ons ook af gaan vragen in hoeverre aanstaande bruidsparen trouwambtenaren mogen weigeren.

Vooropgesteld: in beide gevallen is sprake van persoonlijk leed. De zwarte schepen zal gekwetst zijn door het racisme, terwijl het homopaar eveneens geconfronteerd wordt met een gebrek aan acceptatie.

Los van deze emotionele gevolgen hebben beide gevallen echter slechts beperkte consequenties voor de betrokkenen. Het homopaar wordt gewoon getrouwd door een andere ambtenaar. Half Sint-Niklaas wil nu in hartverwarmende voorspelbaarheid door Wouter Van Bellingen gehuwd worden. En de Nederlandse ambtenaar met gewetensbezwaren mag gewoon zijn baan houden. Alleen de Belgische koppels zien hun huwelijk in het water vallen, maar dat is een klassiek gevalletje eigen-schuld-dikke-bult. Trouwens, ze vonden hun verderfelijke visie blijkbaar toch belangrijker dan hun trouwerij.

Laten we gezien de geringe ernst van de gevolgen dus niet te krampachtig met dit soort zaken omgaan. Het Belgische Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding overwoog gerechtelijke stappen tegen de racistische koppels, maar in zijn wijsheid heeft Van Bellingen niet de vereiste toestemming voor een dergelijke procedure gegeven. De massale steunbetuigingen en de verontwaardigde reacties hebben veel meer waarde dan een eventuele veroordeling.

En wat mij betreft hoeven we ook de kwestie van de gewetensbezwaarde ambtenaren niet op de spits te drijven.

Mede door een rooms-katholieke opvoeding heb ik begrip en respect voor de gevoelens van gelovigen. Ik vind principieel ook wel dat iemand in dienst van de neutrale overheid eigenlijk gewoon homohuwelijken zou moeten sluiten, maar Prinzipienreiterei moet geen doel op zich zijn.

Bovendien weet ik één ding zeker: ik wil niet dat de dienstdoende ambtenaar mijn huwelijk met tegenzin voltrekt. Want trouwen wil ik ooit. En zo heb ik toch nog iets over mijn liefdesleven verteld.

Roelof Smit


[©Gay.nl/Gay Group]
[Colofon] [Redactieprofiel] [Rubriek: OPINIE]
[Stuur ons nieuwstips] [Mail je mening in een brief]
[OPINIE-stukken representeren niet per se de mening van de Gay Group]