Boris en Europa
Column
10-07-2007
Katern OPINIE

Na vele maanden heb ik eindelijk mijn scriptie definitief ingeleverd en dus val ik een beetje in een gat. Ik besef nog niet voldoende dat ik vakantie heb en weet niet wat ik met al die vrije tijd moet doen. Welnu, wat doet een politicoloog die even iedere richting kwijt is? Juist, die gaat een boekje van een D66’er lezen. In mijn geval Voortrekkers & baanbrekers: Twee jaar na het referendum Nederland in Europa van kamerlid Boris van der Ham.

Het bood genoeg aanleiding om eens in de pen te klimmen en de auteur om een reactie te vragen... en de reactie van Boris van der Ham lees je dan ook onder mijn column.


Nu hebben Boris en ik best wel wat overeenkomsten: we zijn allebei jong, homo en liberaal en politiek behoort tot onze primaire levensbehoeften. Er dienen zich zelfs nog meer gelijkenissen aan. Zijn partij is al irrelevant, de mijne dreigt het te worden. Hij zit in de Tweede Kamer, ik wil daar terecht komen. Bovendien heb ik zo het vermoeden dat ik over enkele jaren gedwongen ben zijn kapsel te imiteren. Zoiets schept toch een band. Boris’ nieuwe boekje gaat echter over de thema’s referenda en Europa. En daarover verschillen we nogal van mening. Dacht ik.

Uit het boekje en vooral een aansluitend telefoontje bleek dat ik mij had vergist. Boris is helemaal niet zo heel enthousiast over Europa en referenda. Ik had hem bejegend vanuit een vooroordeel over D66 en dat is natuurlijk Heel Erg. Maar hoe leuk het ook is dat Boris en ik over bepaalde zaken vergelijkbaar blijken te denken, het levert voor een dialoog een jammerlijke smakeloosheid op. Laat ik mij daarom op één aspect van het boekje richten.

Boris besteedt namelijk terecht veel aandacht aan alles wat er momenteel niet goed gaat in de EU. Zo houdt de Unie zich niet aan haar eigen afspraken, bijvoorbeeld over toetredingsvoorwaarden voor nieuwe lidstaten. En doelstellingen, zoals het voornemen dat Europa in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld moest zijn, worden niet gehaald.

Boris wil dat in dit soort zaken verandering komt. Want, zo redeneert hij, dan kan Europa een grotere rol in de wereld spelen. Sterker nog, dan kan Europa de wereld iets beter maken.

Volgens Boris moet een gezamenlijk optrekkend Europa in staat zijn in de internationale politiek als alternatief voor de ruwe Amerikaanse aanpak te dienen. De EU zou bovendien een voortrekkersrol kunnen spelen op het gebied van schone energie, armoede en honger.

Nu is dat allemaal best nobel, maar ik geloof er niet in. Zelfs indien de perfecte integratie (de Verenigde Staten van Europa) werkelijkheid zou worden, zie ik geen mondiaal leiderschap voor ons continent weggelegd.

Maar goed, of dat waar is zullen we nooit weten. Want zo ver komt het niet eens. Nationalisme is te zeer geworteld in de lidstaten om ooit door een gezamenlijke Europese identiteit vervangen te kunnen worden. Dat hoeft ook helemaal niet. Zeker: Europese samenwerking is prachtig, een garantie voor vrede en welvaart voor de lidstaten.

Ondanks alle tekortkomingen is de EU zonder overdrijving een historisch, uniek en ongeëvenaard succesvol project. Maar verdere integratie is echt niet nodig. Europa moet niet overmoedig worden.

Boris zou bijvoorbeeld graag een gemeenschappelijk buitenlands beleid (inclusief minister) zien, minder vetorechten voor lidstaten en één collectieve vertegenwoordiging bij de VN. Veel mensen zijn bang dat dit soort zaken negatieve gevolgen heeft voor de Nederlandse identiteit. Zij zouden zich volgens Boris de vraag moeten stellen “of dit ooit op kan wegen tegen het grotere belang om wat aan de wereld te kunnen veranderen”.

Toe maar. Bij een dergelijke vraag ga je er echter wel al van uit dat het veranderen van de wereld ook echt mogelijk is met verregaande Europese integratie. Op iedereen die niet overtuigd is van die vooronderstelling is de vraag dus al niet meer van toepassing.

Maar los daarvan: stel nu dat ik wél geloof dat een verenigd Europa de wereld enigszins in positieve zin zou kunnen veranderen en tóch liever kies voor het behoud van onze vaderlandse identiteit en soevereiniteit. Dat ik wil dat de EU zich beperkt tot het vooruithelpen van de eigen lidstaten en zich verder geen kosmopolitische idealen als doelstellingen oplegt.

Ben ik dan een slecht mens? Moet eenieder verplicht als hoogste doel hebben de wereld te verbeteren? Is een andere houding bekrompen en verwerpelijk?

Ik ben benieuwd naar Boris’ antwoord.

Roelof Smit



De reactie
van Boris van der Ham:

Beste Roelof en andere GAY.NL-lezers,

Jij, Roelof, stelt dat de Europese Unie niet teveel praatjes moet hebben. Het is luchtfietserij om te denken dat Europa een rol zou moeten (of zou kunnen) spelen in de wereld, zo vind jij. Ik ben het daarmee niet eens. Allereerst misken je de feiten. Europa speelt al een voorname rol op een aantal terreinen.

Zo is de EU de voornaamste trekker van klimaat en milieubeleid. Op internationale conferenties kijkt iedereen gespannen naar wat Europa doet. Soms duurt het eventjes voordat de andere werelddelen volgen maar het is interessant dat ze door de opstelling van de EU vaak in de verdediging geraken.

Ook bij het openbreken van tariefmuren voor landbouwproducten uit de Derde Wereld heeft de EU al een aantal keer de eerste stap gezet, waardoor Amerika en Australie niet achter konden blijven. Even voor de goede orde: dit soort maatregelen heeft een direct positief effect op de welvaart in Afrika. Doordat de Europese landen op die terreinen al zeer nauw gezamenlijk optrekken verandert er dus echt iets. Dat is geen toekomstmuziek, dat gebeurt al´as we speak´!

Ja, ik zou het heel goed vinden als de Europese landen op nog veel meer punten gezamenlijk zouden optrekken in de wereldpolitiek.

Bijvoorbeeld op het gebied van buitenlandse politiek en defensie. Het was toch krankzinnig dat toen er een oorlog uit brak in Kosovo (eind jaren negentig), in de achtertuin van de Europese Unie, dat de Europese landen slechts vergaderden over de toestand.

Het was uiteindelijk de Amerikaanse president Bill Clinton die er aan te pas moest komen om in te grijpen. Het is toch ook raar dat veel Europeanen niets liever doen dan af te geven op Amerika, maar zelf niets willen doen om Europa tot een gunstiger alternatief te laten worden? Om dat te bereiken is er slechts een beetje meer afstemming nodig, en zou je dus iets meer moeten samenwerken op deze terreinen.

Roelof, jij stelt dat sommige mensen dat samenwerken misschien gewoon niet willen. Dat kan natuurlijk. Maar dan zeg ik er wel bij dat die mensen dan niet teveel moeten klagen over bijvoorbeeld de rol die Amerika in de wereld speelt. Met name de SP heeft wat dat betreft boter op het hoofd.

Maar er is ook nog een ander argument voor meer samenwerking. Jij lijkt eigenlijk te stellen dat het nu ´wel best zo´ is met de mate van Europese samenwerking. Maar beste Roelof, die vrede en welvaart is niet iets statisch, iets dat voor altijd zeker is. Zo gaan de wereldverhoudingen de komende decennia drastisch veranderen.

De EU vertegenwoordigt nu 8 procent van de totale wereldbevolking. Maar de wereldbevolking groeit flink en de Europese bevolking niet. Met een beetje pech zal in 2050 nog maar 4 procent van alle wereldburgers Europeaan zijn.

Door onze enorme economische kracht hebben we nu redelijk wat macht, maar binnen enkele decennia zijn we ook daar niet meer uniek in. Landen als China en India zijn dan zowel in inwonertal als in welvaart meer dan onze gelijken. Willen de Europese landen in de toekomst nog iets in de melk te brokkelen willen hebben, dan is het beste dat ze samenwerken.

Maar ook om onze welvaart en verzorgingsstaat in stand te houden, zijn we aangewezen op elkaar. Daarin hebben we ook een belangrijke gezamenlijke slag te slaan. De onderwijsuitgaven in Europa blijven op alle niveaus (basis-, vervolg-, en hoger onderwijs) achter.

Europa geeft bijvoorbeeld maar 1,3 procent van het Bruto Nationaal Product uit aan universitair onderwijs, terwijl Amerika het dubbele uittrekt. Aan de andere kant leveren China en India steeds meer hoogopgeleiden af tegen lage kosten. Waar vroeger vooral China en Indiase studenten in het westen wilden studeren, is er nu ook een omgekeerde beweging. Puur uit eigenbelang moeten de EU-landen elkaar versterken om de Unie z'n economische kracht te laten behouden.

En er is nóg een ander argument. Ik vind dat Europa een aantal 'waarden' heeft die juist wij moeten uitdragen in de wereld. Mensenrechten, vrouwenrechten, homorechten- het zijn zaken die de EU als enig continent zeer uitdrukkelijk internationaal inbrengt. Zonder een sterk Europa wordt dat belangrijk geluid zwakker.

Maar gaat dit alles niet ten koste van de Nederlandse identiteit? Dat valt wel mee, denk ik.

Als er nou één land is dat ervaring heeft met het opereren in internationaal verband, dan is het Nederland wel. We doen al 400 jaar niets anders. Daarnaast kan juist een klein land als Nederland een interessante rol spelen. Het waren juist kleine landen als Nederland en Denemarken die in de jaren tachtig begonnen met milieubeleid. Toen we er succesvol in werden, nam de rest van de Unie het over, en nu is de EU weer voortrekker op het wereldtoneel op milieubeleid.

De economische hervormingen in kleine landen als Nederland en Scandinavië zijn ook vaak voorstudies voor grotere landen. Ook qua vrouwen- en homorechten zijn kleine landen vaak baanbrekers. Toen Nederland als eerste het homohuwelijk invoerde, volgden België en Spanje al snel. En door onder andere Nederlandse druk wordt de Poolse regering steeds meer in de verdediging gedrukt inzake homorechten.

De invloed van kleine landen is dus buitengewoon groot, juist omdat ze kleiner en flexibeler zijn. Als we ons al zorgen maken over de Nederlandse identiteit moeten we niet bang zijn voor Europa, maar juist meer investeren in ons eigen taalonderwijs, in kunst en cultuur en in een nog actievere diplomatieke dienst om onze ideeën nog beter te pluggen in de Europese Unie.

Het nieuwe Europese verdrag dat er ligt is een prima uitgangspunt om Europa verder te laten komen. Het gaat nog niet zo ver als ik graag zou willen gaan, maar dat hoeft ook nog niet.

Het is ook prima dat er veel van de constitutionele fanfare uit is gehaald, waar veel Nederlanders zich aan ergerden. De kans dat bij een eventueel volgend referendum de Nederlandse bevolking 'ja' zal stemmen is daarom nu ook veel groter.

Het belangrijkste vind ik echter dat Nederland zijn rol als zelfverzekerde voortrekker en baanbreker weer hervindt. Niet bang om de wereld in te trekken en daar te ondernemen. Immers: die houding was juist altijd een belangrijk onderdeel van de Nederlandse identiteit!

Boris van der Ham

Besproken:
Voortrekkers & baanbrekers: twee jaar na het referendum Nederland in Europa. Boris van der Ham, 2007.

Meer informatie:
Voortrekkersenbaanbrekers.nl
BorisvanderHam.nl


Meer columns van Roelof:
01-06-2007 Column | Enthousiaste inbreng (59 reacties)
04-05-2007 Column | Songfestivalperikelen (43 reacties)
06-04-2007 Column | l'Embarras du choix (25 reacties)
09-03-2007 Column | Cordon sanitaire (417 reacties)
09-02-2007 Column | Huwelijkscrises (37 reacties)
12-01-2007 Column | Christelijk-sociaal (62 reacties)

[©GAY.EU] [Katern OPINIE] [Disclaimer | Colofon | Redactieprofiel |
Tip ons nieuw nieuws | Ingezonden brieven | Word gratis lid van GAY.EU!]
[OPINIE-stukken representeren niet per se de mening van de Gay Group]